Duurkoop

Als het gaat om de kosten voor de energietransitie worden begrippen als kosten en investeringen nogal eens door elkaar gehaald. Strategisch adviesbureau McKinsey begrootte ooit een bedrag van 200 miljard aan kosten, voor de periode 2020-2040. Recenter claimde onderzoeksbureau CE Delft een bedrag van minstens 600 miljard, tot 2050. De accountants van PwC hebben onlangs voor Netbeheer Nederland uitgevogeld dat alleen al de noodzakelijke uitbreiding van het elektriciteitsnet zo’n 200 miljard gaat kosten, tot 2040. 

De energietransitie kost geld, maar alle hiervoor genoemde bedragen betreffen een investering. Neem de investering in uitbreiding van het elektriciteitsnet. Hierdoor kan iedereen meer stroom kan gaan gebruiken, wat nodig is ter vervanging van aardgas. Voor het gebruik wordt betaald en zo wordt de investering op termijn weer terugverdiend. Investeringen overigens die noodzakelijk zijn, want olie en gas raken een keer op en ruim voor die tijd zullen de prijzen voor fossiel sky-high gaan. 

Roepen dat klimaatmaatregelen veel te veel kosten, wat in Den Haag en daarbuiten inmiddels de toon is, is dus veel te kort door de bocht. Je krijgt er wat voor terug, want het zijn geen kosten, maar investeringen. De investering in een warmtenet bijvoorbeeld: heel veel geld, maar niet duur. Het oudste deel van het warmtenet in Utrecht is al aangelegd in 1923, ruim 100 jaar geleden. Ondergrondse warmtenetleidingen worden ontworpen voor gebruik over 50 tot 70 jaar. Daar mag je de investering tegen afzetten; veel geld bij aanvang, maar in gebruik per jaar niet duur. 

Probleem bij de begroting voor warmtenetten is dat we het in Nederland veel te ingewikkeld maken en bovendien de boel in nog geen 30 jaar willen terugverdienen. Dat maakt de kosten voor gebruikers onnodig hoog. Daar moet iets aan gebeuren, want voor eindgebruikers is een collectief warmtenet op termijn toch de goedkoopste oplossing. Een individuele warmtepomp per woning vraagt om nog meer netverzwaring en die kosten zijn nog niet eens voorzien. 

Als we het onderscheid tussen investeringen en kosten op onszelf betrekken en ons huishouden, dan gebeurt er iets geks.Als het om zonnepanelen gaat, de warmtepomp en tegenwoordig de thuisbatterij, eisen we een korte terugverdientijd. Terwijl we klakkeloos vergelijkbare bedragen – zo niet meer – uitgeven aan een nieuwe badkamer of keuken. En dan hoor je niemand over terugverdienen. 

Eigenlijk is het de schuld van het aardgas. Gas is vanaf de jaren ‘60 van de vorige eeuw veel te goedkoop geweest. Want bijkomende kosten voor schade aan klimaat en milieu hebben we nooit berekend, daar zitten we nu mee. Aardgas is goedkoop, maar blijkt nu duurkoop. En daarvoor betalen we nu de prijs.